Tak 8: Concrete maatregelen voor specifieke doelgroepen – jong & oud

Bron: Jongerencontract 2016

Samenvatting voorstel van EH m.b.t. jongerenhuisvesting:

  • Contract

Vijfjarencontract inzetten voor jongeren

 

  • Soort woningen

Vooral 1 en 2 kamerwoningen met een lage streefhuur. Veel van deze woningen zijn nu ook al gelabeld voor jongeren.

 

  • Doelgroep

Twee leeftijdscategorieën waarop het contract afloopt. Kleinere goedkopere woningen tot 23 jaar en de grotere woningen tot 28 jaar. Binnen deze categorieën ook extra labelen voor specifieke doelgroepen zoals bijvoorbeeld statushouders.

 

  • Loting

Alle woningen worden via loting verhuurd en zijn dus niet afhankelijk van inschrijfduur. Doelgroep heeft sowieso weinig inschrijfduur. Verhuren via inschrijfduur is dan ook onnodig complex.

1/3 zal worden verhuurd aan de groep jonger dan 23 jaar

2/3 zal worden verhuurd aan de groep 23-28 jaar

 

  • Mutatiegraad en slaagkans

Ongeveer 31% van de ingeschrevenen op WoningNet is starter en jonger dan 28 jaar.

Omdat nu een relatief klein deel van de voorraad is gelabeld als jongerenwoning is de slaagkans lager dan voor andere categorieën.

Doel is 30% van de vrijkomende woningen toe te wijzen aan jongeren. De vijfjarencontracten zorgen voor een hoge mutatiegraad. Daardoor is de concrete benodigde voorraad woningen om deze 30% te halen kleiner dan bij normale contracten.

Normaal contract: gemiddelde woonduur 10 a 20 jaar, mutatiegraad 5 a 10%.

Vijfjarencontract: gemiddelde woonduur 4 a 5 jaar, mutatiegraad 20 a 25%

 

  • Omvang en huurprijs voorraad jongerenwoningen

3% woningvoorraad al gelabeld voor jongeren tot 23 jaar

Huur afgetopt op €402,-

Nog eens 5% woningvoorraad labelen voor jongeren tot 28 jaar met vijfjarencontract.

Kleiner dan 50m2 en maximaal 2 kamers

Streefhuur maximaal €475,-

Totaal dus 8% van de woningvoorraad beschikbaar. Dit komt neer op 4400 woningen. Deze woningen zijn op dit moment nog niet allemaal aan jongeren verhuurd, dus in de eerste jaren zal de mutatiegraad lager zijn.

 

  • Vangnetregeling

In de praktijk vaak een lange wachtrij voor het 23ste levensjaar waardoor de looptijd van contracten maar 3,5 jaar is. Het vijfjarencontract geeft deze groep 1,5 jaar extra. Contract is nu beter verankerd in de wet. Mogelijkheid om te verlengen met twee jaar als de huurder objectief niet in staat is vervangende woonruimte te regelen.

 

Samengevat:

Vijfjarencontract

Twee categorieën: <23 jaar en <28 jaar

Verloten ipv verhuren op basis van inschrijfduur

Uitbreiden van voorraad jongerenwoningen van 3% naar 8% van de totale voorraad.

 


Alert heeft een notitie ouderen opgesteld. Hierin is een aantal vragen, opmerkingen en beleidssuggesties opgenomen. Daarnaast bespreken we van Groot naar Beter en het verschil in uitvoering per gemeente en bekendheid van de regeling. Mevrouw Heidrich vraagt naar de achtergrond. Mevrouw van Rijn geeft aan het voor Alert een belangrijk onderwerp is en dat de notitie een eerste aanzet is om het onderwerp verder met elkaar te bespreken. We lopen de punten op de derde pagina na. Beleidssuggesties/vragen/opmerkingen:

 

  • Zorg dat de woningcorporaties een gezamenlijk beleid voor ouderen huisvesting vaststellen.

EH: Dit zou dan vooral in Amsterdam spelen aangezien we in andere gemeente veelal monopolist zijn. Het beleid is in Amsterdam bij de corporaties voor zover te overzien in hoofdlijnen gelijk.

 

  • Zijn vraag en aanbod voldoende afgestemd per gemeente? Nee, maar in de Prestatieafspraken met de gemeente Aalsmeer zijn bijvoorbeeld goede afspraken gemaakt:

Van groot naar beter wordt structureel ingezet.

Gemeente zet actief in op passend wonen. Inzet van Wooncoaches. Budget uit Woonfonds (wat is de stand van zaken?)

­Gemeentebreed worden er 180 seniorenwoningen toegevoegd.

­Eigen Haard labelt ca.15% van de woningen in Aalsmeer voor senioren.

Conclusie: zorg dat deze afspraken in alle gemeenten worden gemaakt.

EH: dit is inderdaad op te nemen in de prestatieafspraken. Eigen Haard ziet ook dat verschillende senioren complexen moeilijk verhuurbaar zijn. Hier gaan we onderzoek naar doen.

 

  • Financieel aspect: Iemand die al veertig jaar in een goedkope woning woont is niet snel geneigd te willen verhuizen naar een comfortabele duurdere woning. Misschien een huurgewenningsperiode afspreken? Bijvoorbeeld gedurende 3 jaar een percentage van het verschil huur oude woning en nieuwe woning door Eigen Haard laten betalen. Of de regeling van Amsterdam overnemen: d.w.z. men blijft de oude huur betalen.

EH: binnen de regeling van Groot naar Beter is dit al geregeld bij verhuizing naar een woning in de  bestaande bouw. Ook voor de regiogemeentes waar van Groot naar Beter inmiddels van toepassing is.

 

  • Ouderen maar ook andere alleenstaanden verhuizen niet als hun financiële positie ingrijpend wordt aangetast. Hier is de overheid ook debet aan. Als men wil samenwonen, juist om elkaar te kunnen helpen en bijstaan, wordt men gestraft met kortingen op AOW of bijstandsuitkeringen, en toeslagen die soms geheel wegvallen.

EH: dit valt niet binnen de invloedsfeer van de corporaties. Mevrouw van Doorn geeft nog als tip mee om bij mantelzorgers een a en een b toevoeging bij het huisnummer te maken.  Een soort kangaroowoningen ontstaat er dan, waardoor de AOW niet ‘gekort’ wordt omdat huurder en mantelzorger dan niet op hetzelfde adres wonen. Dit is inderdaad een bruikbare tip.

 

  • Voor kwetsbare ouderen die speciale zorg en verpleging nodig hebben is extra ondersteuning nodig zo mogelijk in beschutte woonvormen (kleinschalig en gedifferentieerd woningaanbod ontwikkelen). Initiatief aan wooncorporaties en zorgaanbieders en gemeenten.

EH: De vraag en behoefte moet ook duidelijk zijn.‘ Zomaar  bijbouwen’ zonder precies te weten waar de behoefte ligt is niet altijd succesvol. Mevrouw Heidrich noemt een voorbeeld van een project in Amstelveen. Een soort ‘ woongroep’ voor eenzame ouderen (zelf een eigen leefruimte met een gezamenlijk woonkamer en keuken). Dit loopt nu een aantal jaren en is niet erg succesvol. Toch verwacht Eigen Haard dat nieuwe woonconcepten ontwikkeld moeten worden in combinatie met de juiste zorg-e n welzijnsarrangementen.

 

  • In alle regiogemeenten Wooncoaches aanstellen, die de ouderen kennen en kunnen begeleiden naar een passende woning. In Amstelveen zijn speciale ‘ouderencoaches’ actief. Deze zouden een deel van de taken van de wooncoach kunnen overnemen om nog beter te kunnen worden ingezet.

EH: In de gemeenten zijn ook de WMO-loketten die hulp bieden aan ouderen die zorg of ondersteuning nodig hebben op verschillend gebied in hun woning.

Mevrouw van Doorn geeft aan dat de regeling van Groot naar Beter nog niet voor iedereen duidelijk is. Ook omdat de meeste informatie via internet loopt. In Amsterdam heeft Eigen haard bij wijze van proef gekeken hoe een directe/rechtstreeks aanpak werkt. Dit blijkt zeer arbeidsintensief maar levert wel wat op. Eind van het jaar verwachten we de evaluatie en conclusie.

 

  • Als alle (nieuwe) starterswoningen/ kleine woningen gelijk ouderenproof zijn (gebouwd) kun je deze veel flexibeler naar vraag inzetten. Toekomstbestendig maken! Nu is er een golf ouderen, straks veel minder. Mee kunnen bewegen met wat er nu gebeurt bespaart straks veel.

Veel punten onder de noemer ‘levensloopbestendigheid’ zullen al opgenomen zijn in bouwbesluiten/veiligheidsvoorschriften of vanzelfsprekend zijn. Het gevaar is ook dat door het opnoemen van enkele punten je de “rest” vergeet. Wat is ‘levensloop’ trouwens? Dat je van 40-110 in een woning kan wonen?

EH: een levensloop bestendige woning is een woning die geschikt is of eenvoudig geschikt is te maken voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners.

EH: Bij nieuwbouw zijn de ontwerprichtlijnen inderdaad gericht op toekomst/levensloopbestendigheid.

Eigen Haard heeft daarnaast het programma toegankelijkheid dat gaat over de toegankelijkheid van algemene ruimtes zodat huurder of bezoek vanaf de openbare weg de woning in kan komen met evt rollator/rolstoel.

 

  • Welke toekomstige zaken verwachten we? Robots, internet der dingen, thuisbezorging, video interactie, irisscan/ vingerafdrukscan om zaken te openen.  Wat voor gevolgen heeft dat en maakt dat bepaalde voorzieningen minder of meer nodig zijn?

EH: dit is zeker een onderwerp wat we volgen. Ook bij projecten wordt gekeken naar innovatiemogelijkheden op verschillend gebieden.

 

Op dit moment zijn er niet direct actiepunten anders dan het opnemen in de prestatieafspraken. Eigen Haard komt sowieso terug op de resultaten vanuit Amsterdam met van groot naar beter. Alert neemt het stuk op in haar werkplan.