Nieuwsberichten

Plan voor de Volkshuisvesting

Huurkrant 2020

Wat er verandert in 2020

Bron: De nieuwe wind

Aedes Magazine 1 –  2020

Beantwoording Kamervragen

Corporatiemonitor tijdelijke woningen 

Meerderheid Kamer: schaf verhuurderheffing en markttoets af 

Woonbond komt met eigen Plan voor de Volkshuisvesting

FAQ: Huurbeleid in 2020


Sociale woningbouw wordt fiscaal afgestraft

IJzersterke & vernietigende column over de bizarre fiscale regelingen waar woningcorporaties mee te maken krijgen.
“Woningcorporaties worden aldus belast voor winsten die ze in de praktijk nooit zullen maken”

Reinder Wiersma en Gert-Jan de Ruiter zijn verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs

Woningcorporaties zijn in staat een groot deel van volkshuishoudelijke vraagstukken op te lossen. Dat willen ze ook, maar goed investeringsgedrag wordt fiscaal gestraft in plaats van gestimuleerd.

Foto: iStoc

Een overheid die op elke woning 1,5 maand huur per jaar weg belast aan verhuurderheffing en straks nog bijna een maand huur aan vennootschapsbelasting (vpb) moet niet verbaasd zijn dat de woningbouw stokt.
Na het Kamerdebat vorige week over de woningcrisis lijkt de verhuurderheffing de langste tijd te hebben gehad. De moeilijk te verdedigen ficties in de vpb verdienen nu ook politieke aandacht. In praktijk is geen sprake van belasting op echte winsten bij corporaties, maar is die verworden tot een platte belasting op kasstromen die de investeringscapaciteit sterk beperkt.

‘Een derde, hoogst merkwaardige, fictie is dat te slopen woningen niet mogen worden afgewaardeerd tot de grondwaarde’

Een eerste fictie is dat sociale huurwoningen slechts kunnen worden afgeschreven tot de (hoge) WOZ-waarde, omdat woningen altijd verkocht kunnen worden. Woningcorporaties zijn echter niet gericht op verkoop, maar op exploitatie tot het einde van de levensduur. Afschrijven tot restwaarde zou dus logischer zijn.
Fictie twee is dat woningcorporaties het onrendabele deel van hun investering niet in één keer ten laste van de fiscale winst mogen brengen. Dat mag hooguit via afschrijving, maar zoals gezegd zijn die mogelijkheden zeer beperkt. Woningcorporaties worden aldus belast voor winsten die ze in de praktijk nooit zullen maken.

Starre opstelling

Een derde, hoogst merkwaardige, fictie is dat te slopen woningen niet mogen worden afgewaardeerd tot de grondwaarde met het argument dat de corporatie de woning ook had kunnen verkopen! Zo’n starre opstelling van de Belastingdienst zien we ook bij de vorming van een onderhoudsvoorziening, die in de praktijk vrijwel onmogelijk is geworden.

Sinds 1 januari 2019 wordt de belastingdruk verder opgestuwd door de generieke renteaftrekbeperking als uitvloeisel van de ATAD-richtlijn die beoogt internationale belastingontwijking tegen te gaan. Omdat daarvan bij woningcorporaties geen sprake is, zou het kabinet bij de Europese Commissie hiervoor een uitzondering kunnen bedingen.
Het kabinetsargument dat financiering met eigen vermogen moet worden gestimuleerd is voor woningcorporaties niet valide, want die zijn aangewezen op langlopende leningen.

Reinder Wiersma en Gert-Jan de Ruiter zijn verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs